Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Nimir Abdelaziz: Wereldburger in Oranje
Cheer!

Nimir Abdelaziz: Wereldburger in Oranje

Nimir Abdelaziz is een man van de wereld. De volleyballer groeide op in Namibië, leerde op eigen benen staan in Amstelveen, woont in Milaan en droomt over Tokio. Het leven van het Nederlandse servicekanon aan de hand van zeven steden.

cheers! 39
Deel dit artikel op social media

Andara (1992-1996)
“Een plaats die waarschijnlijk weinig mensen iets zegt. Andara ligt in Namibië, op acht uur rijden van de hoofdstad Windhoek. Mijn moeder komt uit Nederland en werkte begin jaren negentig in Namibië, in een ziekenhuis. Daar heeft ze mijn vader ontmoet. Hij komt uit Tsjaad. Vlak voor mijn geboorte is mijn moeder naar Den Haag gegaan, waar ik geboren ben. Mijn ouders wilden graag dat ik in Nederland ter wereld kwam, omdat de medische zorg hier beter is. Na een paar maanden gingen we terug naar Namibië.”

“Eerlijk gezegd herinner ik mij weinig van mijn tijd daar. Ik heb er vooral van mijn moeder over gehoord. Het is daar veilig en voor een Afrikaans land vrij goed georganiseerd. We hadden het goed als gezin, dat gold voor de meeste buitenlanders daar. Toen ik vier was gingen mijn ouders uit elkaar. Mijn moeder kreeg de voogdij over mijn broertje en mij en koos ervoor terug te gaan naar ‘haar’ Nederland. Mijn vader heb ik daarna nooit meer gezien. Hij woont nu weer in Tsjaad. Ik wil ooit terug naar Namibië, om te zien waar mijn roots liggen. Ik blijf altijd nieuwsgierig naar mijn verleden.”

Haaften (1996-2004)
“In Nederland waren wij dringend op zoek naar een verblijfplaats. We zijn daarom eerst bij mijn tante gaan wonen, in Haaften. Een dorpje in Gelderland, vlakbij Zaltbommel. Het klinkt heftig om van Namibië naar Nederland te verhuizen. Maar voor mij als kind viel dat wel mee. Ik sprak gewoon Nederlands, daar was ik thuis door mijn moeder mee opgevoed. En ik maakte snel nieuwe vriendjes en mocht voor het eerst naar school.”

“Daarnaast ben ik daar begonnen met sporten. In Namibië voetbalde ik weleens op straat, maar in Nederland koos ik voor tennis en volleybal. Ik kon ook vrij aardig tennissen, deed het goed in de regio. Uiteindelijk heb ik toch voor volleybal gekozen, omdat ik dat net wat leuker vond. Uiteindelijk heb tot mijn twaalfde gespeeld bij Haaften. Toen werd ik gevraagd door Sliedrecht Sport, één van de beste jeugdclubs van het land. Later zijn we zelfs in Sliedrecht gaan wonen, al kwam dat ook omdat mijn moeder daar ging werken.”

Amstelveen (2008-2009)
“Op mijn zestiende ben ik uit huis gegaan om in Amstelveen te wonen. Superjong inderdaad, maar dat was nodig om bij AMVJ-Martinus te spelen, op het hoogste niveau in Nederland. Ik woonde in een appartement van de club in Amstelveen met drie jonge gasten. Een hele leerzame tijd. In die periode leerde ik dat niets vanzelfsprekend is. Het was niet zo dat ons eten altijd klaarstond en er schone kleren klaarlagen.”

“We moesten onszelf zien te redden en werden daardoor sneller volwassen. Zaten we ’s ochtends naar school in Amsterdam in de tram en de metro. Dat sneeuwde een beetje onder bij het volleybal, dat steeds meer tijd opslokte. Ik genoot van de drukte van de stad. Veel mensen, veel geluid. Dat heb ik nog steeds. Als ik nu in Nederland ben, slaap ik het liefst in Amsterdam. Deze zomer heb ik een huisje gehuurd in de Jordaan. Een heerlijke plek om thuis te komen na een drukke dag op Papendal.”

Treviso (2011-2012)
“Doordat ik zo jong zelfstandig ben geworden, was het niet zo’n grote stap om als jochie van negentien naar Sisley in Italië te gaan. De buitenwereld zette er vooral sportief zijn vraagtekens bij. Was dit nu wel een verstandige keuze? Ik speelde nog maar een jaar in de Eredivisie. Was net geselecteerd voor het Nederlands team. Maar ik werd gescout en ging. Ik kon naar een topclub, één van de grootste clubs in de historie van het Italiaanse volleybal. Dat was toch te gek?”

“Ik volgde mijn hart. Zo heb ik dat altijd gedaan in mijn loopbaan. Het was wel een gek jaar voor de club, omdat de thuiswedstrijden niet in Treviso, maar in Belluno werden gespeeld. De hele ploeg woonde en trainde wel in Treviso, maar voor onze thuiswedstrijden moesten we vijftig minuten rijden. We zaten met een heleboel jongens bij elkaar in het appartementencomplex, trokken veel met elkaar op. Buiten het volleyballen gingen we met elkaar Playstationen, even de stad in of wat eten. Echt een leuk jaar.”

Ankara (2013-2014)
“Na Italië was dit het volgende avontuur. Ik vind het leuk om af en toe ergens anders te zitten. En bij ons gaat het natuurlijk ook om het contract. Ankara is een stad die op twee manieren bijzonder is voor mij. Ten eerste heb ik daar gespeeld, in 2013. Ik speelde weinig in Italië en mijn zaakwaarnemer kwam met Turkije aanzetten. Daar was niet al te veel publiek, maar er gingen in die periode goede spelers naar toe. Bovendien was het financieel ook niet onaantrekkelijk. Waar Treviso een lief, leuk stadje was om in te wonen, was er in Ankara altijd wel wat aan de hand. Neem het verkeer: iedereen doet maar wat. Soms deed je er een kwartier over om naar training te komen. En soms deed je over hetzelfde stukje anderhalf uur. Op een tweebaansweg staan vier auto’s naast elkaar en iedereen heeft zijn eigen regels.”

“Ik was daar met Robert Horstink (inmiddels oud-international, red.) en pas na een paar maanden mochten we van de club de weg op. Aan het eind van het seizoen hadden we ons moeiteloos aangepast, haha. We reden net zo chaotisch als de rest. Daarnaast leerde ik de taal en stond ik open voor een andere cultuur. Dat is ook altijd wat ik jongere spelers als tip meegeef. Het helpt je buiten het veld, maar ook in de groep. Dat vind ik leuk, het contact, het teamgevoel. Het lijkt mij helemaal niets om alleen maar te trainen en thuis op de bank te zitten. Daarnaast heb ik met Oranje de European League gewonnen in Ankara, twee jaar voordat ik daar tekende. Belangrijker was dat we hierdoor weer in de World League mochten spelen. We hebben daar met een jonge vriendenploeg een mooie stap gezet. Dat jaar plaatsten we ons namelijk ook voor het WK. ”

Milaan (2017-nu)
“Ik weet nog goed dat mijn zaakwaarnemer belde, iets meer dan twee jaar geleden. ‘Andrea Gianni wil je als diagonaal bij Milaan.’ Ik speelde op dat moment bij Poitiers in Frankrijk. Was een jaar daarvoor geswitcht van spelverdeler naar aanvaller. En dat viel blijkbaar ook meneer Gianni op. Inderdaad, hij is degene die de beslissende fout maakte in de olympische finale tegen Nederland op de Spelen van Atlanta. Ik hoefde niet lang na te denken. Natuurlijk wilde ik naar Milaan. In de zomer zit ik meestal een paar maanden in Nederland, omdat we dan ook veel op Papendal zijn. Ik heb in veel plaatsen maar een of twee jaar gewoond. Maar in Milaan blijf ik langer, voel ik mij op mijn plek.”

“Ik ben gelukkig als mens en speler, woon op een prachtige plek in het centrum van een bruisende stad. Het weer, het eten en ook de manier waarop sport wordt beleefd. De hal zit vol met 10.000 man, die hun helden komen aanmoedigen. Oké, de volgende dag word je misschien afgekraakt in Gazetta dello Sport, maar er staat wel een menigte achter je. Zo gaaf voor een sporter om mee te maken. We zitten dicht tegen de top van Italië aan. Ik heb het vertrouwen gekregen in Milaan en heb nu voor twee jaar bijgetekend. Dat betekent dat ik minstens vier jaar in Milaan blijf wonen. Dat is voor mij vrij lang inderdaad. In Milaan kom ik thuis.”

Tokio (2020?)
“De Spelen. Daar draait het deze zomer om. Plaatsing voor de Spelen zou fantastisch zijn. Maar als we realistisch zijn, dan is Tokio nog ver weg. Vorig jaar werden we achtste op het WK, dat was een verrassing. Daar wonnen we van toplanden als Frankrijk en Brazilië. Als alles bij ons klopt, dan kunnen we winnen van bijvoorbeeld de Verenigde Staten, de grote favoriet bij ons Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT). Maar als bij de VS op zo’n dag ook alles klopt, dan winnen zij.”

“Het is heel simpel: we hebben een kans op Tokio. Misschien is het een kleine kans, maar we gaan er alles aan doen om die te pakken. Ik heb veel verhalen over de Spelen gehoord van teamgenoten en coaches. Natuurlijk wil je dat ook, is dat inmiddels een droom geworden. Hét doel om ooit te bereiken. De komende dagen gaan we alles doen om in Tokio te komen.”

 

Deel dit artikel op social media

Je vraag wordt verwerkt. Een momentje geduld..

Moedig Nimir aan!